Remmen op de motor: voorrem, achterrem of allebei
In de auto is remmen één pedaal. Op de motor zijn het twee losse remmen plus de motor zelf, en de verdeling ertussen is examenstof.
Gepubliceerd 7 september 2026 · 5 min lezen
Wie uit de auto komt denkt bij remmen aan één pedaal, en aan een systeem dat de rest wel oplost. Op de motor zijn de voor- en de achterrem twee verschillende bedieningsorganen met een verschillende taak, en is de motor zelf een derde manier om te vertragen. De CBR Rijprocedure A schrijft alle drie uit.
Drie manieren om te vertragen
- De gastoevoer verminderen, eventueel tot het stationaire toerental.
- Terugschakelen naar een lagere versnelling en de koppeling rustig laten opkomen.
- De remmen gebruiken.
Bij vertragen verplaatst het gewicht van motor en rijder zich naar voren. Wie dat effect benut remt optimaal: het voorwiel wordt zwaarder belast en kan daardoor meer remkracht verdragen. Dat is meteen de reden dat de voorrem op de motor het meeste werk doet, terwijl zoiets in de auto niet bestaat.
Voorrem en achterrem samen
“De voor- en achterrem worden gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig gebruikt.”
Dat is de hoofdregel. Er staat één uitzondering bij, en die is examenwaardig: onder bepaalde omstandigheden, zoals split of sneeuw op het wegdek, kan van het gebruik van de voorrem worden afgezien. Een blokkerend voorwiel op een glad wegdek betekent vrijwel altijd vallen.
De voorrem bedien je met alle vier de vingers, waarbij de duim om het handvat blijft. De achterrem bedien je met de bal van de voet. De kracht op de remhendel bouw je vlot maar geleidelijk op en weer af, zo gelijkmatig mogelijk verdeeld over de afstand die je hebt.
Blokkeren
Onder normale omstandigheden mogen de wielen tijdens het remmen niet blokkeren. Gebeurt het toch, dan is het voorschrift kort: de blokkering opheffen en direct opnieuw beginnen met remmen. Dus loslaten en meteen weer knijpen, niet vastgeknepen houden en hopen.
Remmen doe je rechtuit
Remmen gebeurt in beginsel bij het rechtuit rijden. In de bocht moet remmen zoveel mogelijk worden voorkomen, omdat de bediening van de remmen daar een verstoring in de rijlijn en de balans veroorzaakt. Dat is precies de situatie waarin een automobilist juist wél zou remmen — in de auto kost een rem in de bocht je niets.
Tot stilstand
Rem je onder normale omstandigheden tot de motor stilstaat, dan verminder je de remdruk net vóór het stilstaan zodanig dat de eindschok wordt voorkomen. In beginsel rem je gekoppeld, zodat je de remwerking van de motor benut; alleen bij een zeer krachtige remming ontkoppel je gelijktijdig.
De achterrem heeft daarnaast een tweede taak waar de auto geen equivalent voor heeft: hij mag worden gebruikt bij manoeuvreren, bij korte bochten, en om de motor onder controle te houden of het evenwicht te bewaren.
Veelgestelde vragen
- Gebruik ik de voorrem of de achterrem?
- Allebei, gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig. Alleen onder bijzondere omstandigheden, zoals split of sneeuw, kan van de voorrem worden afgezien.
- Wat doe ik als een wiel blokkeert?
- De blokkering opheffen en direct opnieuw beginnen met remmen. Niet vastgeknepen houden.
- Mag ik in een bocht remmen?
- Dat wordt zoveel mogelijk voorkomen. Remmen in de bocht verstoort de rijlijn en de balans, dus de snelheid gaat eruit vóór de bocht.
Bronnen
- CBR Rijprocedure A, bediening van de remmen
- CBR Rijprocedure A, bediening remmen bij bochtige weggedeelten
Regels veranderen. Twijfel je bij een examenvraag, raadpleeg dan de actuele tekst van het RVV 1990 op wetten.overheid.nl.
Zelf oefenen
Tien vragen en een compleet theoriefragment, zonder account.