Van eerste hoofdstuk tot geslaagd

Drie stappen. Je leest de theorie, je oefent tot het zit, en daarna test je jezelf onder examenomstandigheden.

Stap 1 — Leren

Acht onderwerpen, geschreven vanuit de motor. Geen samenvatting van een autoboek.

1

Gebruik van de weg

Plaats op de weg, voorsorteren, inhalen, maximumsnelheid, stilstaan en parkeren.

2

Voorrang en voor laten gaan

Voorrang op kruispunten, voor laten gaan bij afslaan en van voetgangers.

3

Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en manoeuvres

Autosnelweg en rotonde, bijzondere weggebruikers, colonne en bijzondere manoeuvres.

4

Veilig rijden en reageren in noodsituaties

Licht en signalen, zithouding, helmen, en reageren bij pech en een ongeluk.

5

Verkeerstekens en aanwijzingen

Verkeersborden, verkeerslichten, tekens op het wegdek en aanwijzingen van agenten.

6

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden

Veilig en zuinig deelnemen aan het verkeer, en welke risico's er zijn.

7

Wetgeving

Algemene voorschriften uit de verkeerswetgeving en de documenten bij je voertuig.

8

Voertuigkennis

Eisen aan het voertuig (lading, verlichting), dashboardsymbolen en gebruik van spiegels.

Stap 2 — Oefenen

Per onderwerp oefen je met vragen die na elk antwoord meteen uitleggen waarom iets goed of fout is.

Direct antwoord

Je ziet meteen of het klopt, met de regel erbij en de vindplaats in het RVV.

Zes vraagvormen

Ja of nee, meerkeuze, meerdere juist, invullen, hotspot en sleepvragen.

Eigen beeld

Verkeerssituaties die bij de vraag zijn gemaakt, met pijlen en borden die kloppen.

Stap 3 — Examen

Vaste examens van 50 vragen in 30 minuten. Geslaagd bij 41 goed.

Vaste sets

Elk examen bevat altijd dezelfde vragen in dezelfde volgorde.

Uitslag per onderdeel

Je ziet waar je zakt, niet alleen dat je zakt.

Exact overdoen

Van elke poging wordt bewaard wat erin zat, dus je kunt hem letterlijk herhalen.