Het theorie-examen motor: zo zit het echt in elkaar

Veel uitleg over het motortheorie-examen is eigenlijk uitleg over het auto-examen. Dat kost je punten, want je oefent dan op een onderdeel dat er niet is. Hier staat hoe het examen voor rijbewijs A werkelijk is opgebouwd.

Gepubliceerd 26 augustus 2026 · 6 min lezen

Vijftig vragen, acht onderwerpen

Het theorie-examen voor rijbewijs A bestaat uit 50 vragen die meetellen, plus 2 testvragen die niet meetellen. Je slaagt bij 41 goede antwoorden of meer. De vragen zijn verdeeld over acht onderwerpen, en dat zijn dezelfde acht waarin de lesstof is ingedeeld.

  • Gebruik van de weg
  • Voorrang en voor laten gaan
  • Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en manoeuvres
  • Veilig rijden en reageren in noodsituaties
  • Verkeerstekens en aanwijzingen
  • Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden
  • Wetgeving
  • Voertuigkennis

Die verdeling is geen weetje voor erbij. Hij bepaalt waar je tijd naartoe gaat: op de onderwerpen met het meeste gewicht kun je de meeste punten winnen of verliezen. Gebruik van de weg en Voorrang zijn samen goed voor bijna een derde van het examen.

Er is géén gevaarherkenning

Dit is het misverstand dat de meeste kandidaten in de weg zit. Bij het autotheorie-examen bestaat een apart onderdeel gevaarherkenning, waarin je bij elke situatie kiest tussen Remmen, Gas los of Niets doen. Bij het motortheorie-examen bestaat dat onderdeel niet.

Het motorexamen is één geheel van 50 vragen. Waar het auto-examen drie knoppen geeft, staat bij de motor een concrete handeling als antwoord: 'Stoppen en hem over laten steken', 'Gas loslaten en je afstand vergroten'. Oefen je op Remmen, Gas los en Niets doen, dan oefen je op het verkeerde examen.

Waarom motorvragen anders zijn dan autovragen

Een motor is smal, valt makkelijk weg achter een A-stijl en heeft geen kreukelzone. Daardoor gaan veel vragen over zichtbaarheid, ruimte en het inschatten van wat een ander ziet. Denk aan de dode hoek van een vrachtauto, je plaats op de rijstrook, en wat je doet als iemand je bij het afslaan over het hoofd ziet.

Daarnaast gelden er regels die alleen voor jou gelden. De helmplicht bijvoorbeeld staat in artikel 60 van het RVV 1990 en geldt voor bestuurder én passagier. En filerijden tussen de rijstroken is voor motorrijders in Nederland geregeld in een aparte gedragscode, niet in het RVV.

Hoe je je erop voorbereidt

Lees per onderwerp eerst de theorie, oefen dan losse vragen tot je de regel snapt, en doe pas daarna hele examens van 50 vragen. Die volgorde is niet willekeurig: een examen maken zonder de stof te kennen levert een cijfer op en geen inzicht.

Let bij het oefenen op instinkers. Veel vragen zijn niet moeilijk omdat de regel ingewikkeld is, maar omdat er één woord in staat dat alles omdraait — 'niet', 'alleen', 'ook als'. Lees de vraag twee keer voordat je naar de antwoorden kijkt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het theorie-examen motor?
Vijftig vragen die meetellen, plus twee testvragen die niet meetellen. Je bent geslaagd bij 41 goede antwoorden of meer.
Zit er gevaarherkenning in het motortheorie-examen?
Nee. Gevaarherkenning met de antwoorden Remmen, Gas los en Niets doen hoort bij het auto-examen. Het motorexamen is één geheel van vijftig vragen waarbij het antwoord een concrete handeling is.
Welke onderwerpen komen er aan bod?
Acht: gebruik van de weg, voorrang, bijzondere wegen en manoeuvres, veilig rijden, verkeerstekens, verantwoorde verkeersdeelname en milieu, wetgeving, en voertuigkennis.
Hoeveel vragen mag je fout hebben?
Negen. Vanaf tien fout ben je gezakt, want de norm ligt op 41 goede antwoorden van de 50.

Bronnen

  • RVV 1990 (Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990)
  • CBR Rijprocedure A

Regels veranderen. Twijfel je bij een examenvraag, raadpleeg dan de actuele tekst van het RVV 1990 op wetten.overheid.nl.

Zelf oefenen

Tien vragen en een compleet theoriefragment, zonder account.

Lees ook